Zoeken in deze blog

maandag 26 augustus 2013

Digikeuzebord

Ik ben er helemaal enthousiast over: het digikeuzebord. Het is een webbased service waar we een proefabonnement op hebben.

(Oei, ik heb de namen er maar even onder vandaan gehaald. Da's niet zo netjes tegenover de ouders en kinderen zelf he?)

De voordelen vind ik:
  • je kunt foto's van kinderen toevoegen
  • kinderen kunnen zelf hun 'kaartje' bij een activiteit plaatsen
  • je kunt ook foto's toevoegen van activiteiten die je zelf kiest: taakjes bijvoorbeeld
  • het programma houdt statistieken bij, zoals: hoe vaak speelt die met die, hoe vaak kiest hij/zij die activiteit
  • je kunt beoordelen hoe het kind een activiteit doet
Nu moet ik hier wel bij vertellen dat ik nog helemaal geen keuzebord had. Sommige voordelen zijn ook al wel te behalen met een tastbaar keuzebord in de klas.

Beperkinkjes vind ik:
  • bij de beoordeling kan ik alleen kiezen: goed, matig, slecht. Maar ik wil ook aangeven waarop ik beoordeel; op het resultaat of op het doorzettingvermogen. Met namen bij kleuters met een ontwikkelingsvoorsprong vind ik een beoordeling op doorzetten/frustratietolerantie/eigen oplossingsstrategieen belangrijk. Maar misschien kan ik de makers hier een tip over geven!
  • en de kinderen kunnen slechts een keer kiezen tijdens een speel/werkuur, terwijl ze bij ons een keer van gedachte mogen veranderen en iets anders mogen kiezen. Dat kun je dan niet aangeven op het bord.
Mijn collega's en ik mogen er nog 49 dagen gebruik van maken, en dat gaan we zeker doen!
Daarna moeten er aanmeldkosten en licentiekosten gemaakt worden die voor een kleine school al snel te hoog zijn. Maar mijn eerste voorstel om ons hierin tegemoet te komen, is bij de makers positief ontvangen. Wordt vervolgd!

zondag 25 augustus 2013

haak-projectje

Rara, wat (wie) wordt dit??
Inderdaad: een Pompom-familielid!

Mag ik even voorstellen: Lotta, het nichtje van Pompom.
Ze is een stoere meid en komt altijd op de motor langs bij hara neef Pompom.

woensdag 24 juli 2013

Knobbelboekjes


Kom ik zomaar tegen in de bibliotheek: "Knobbelboekjes"
Ze behandelen op een speelse manier de principes van het rekenen.

"Midas en het gemiddelde" leek mij wat hooggegrepen, maar met 'gemiddeld' wordt het rekenbegrip 'er tussenin' bedoeld.
Het gaat over drie broers, Max, Midas en Mini. Op een dag krijgen zij goudstukken van hun vader om de wijde wereld in te trekken. Max is de grootste, alles aan hem is groot. Ook krijgt hij de meeste goudstukken. Mini is klein, alles aan hem is klein. Hij krijgt het minst aantal goudstukken Midas is niet groot, maar ook niet klein: hij is gemiddeld. Alledrie gaan ze een huis voor zichzelf bouwen: een klein, een groot en een 'gemiddeld' huis. Als ze er eenmaal wonen, beginnen ze zich te vervelen en missen ze elkaar. Ze besluiten om te gaan samenwonen. Maar je raadt het al: het huis van Mini is te klein en het huis van Maxi te groot. Gelukkig is er het huis van Midas, niet te groot en niet te klein. Daar gaan ze dan ook wonen.
Hmm, hier heb ik mijn bedenkingen bij. Is een huis dat geschikt is voor een 'gemiddeld' dier ook geschikt voor drie dieren, die volgens mijn wiskundige berekening gezamenlijk overeenkomen met drie gemiddelde dieren?!
Maar oke. Deze reeks werd duidelijk vanuit educatief standpunt geschreven. Erg leuk voor jonge kinderen. Ze hoeven er heus geen 'wiskundeknobbel' voor te hebben, een verhaal doet het altijd wel goed.
De tekeningen verdienen geen schoonheidsprijs. Ze zijn computergegenereerd en wat moeten de dieren voorstellen?! Het zullen wel olifanten zijn.
Mijn voorstel is om drie olifanten, oplopend in formaat te gebruiken om dit verhaal te verlevendigen. Je kunt knuffeltjes zoeken, zelf zou ik ze 'even' haken (als ik tijd heb).
O, wacht eens, ik heb nog iets staan:
Natuurlijk lang zo leuk niet als deze:
maar deze zijn even groot. Die kan ik dan wel weer heel goed gebruiken bij de titel 'Meneer Min en Mevrouw Plus'. Dit verhaal gaat uiteraard over 'eraf' en 'erbij': in het huis van Meneer Min is elke dag een voorwerp minder; bij mevrouw Plus komt er elke dag iets bij. Als ze elkaar tegenkomen, gebeurt er iets bijzonders! (nee, ze krijgen geen kindje). Ze gaan samen in een huis wonen en daar blijft alles hetzelfde: min en plus heffen elkaar op, zeg maar. Ik voel hier een leuk bruggetje naar het wiskundige gemiddelde!
Ik zou dan ook de titel 'Meneer Min en mevrouw Plus' voor 'Midas en het gemiddelde' behandelen.

Met dank aan: Inge Umans, die in 2008 al een recensie van deze boekjes schreef




donderdag 4 juli 2013

MasterMind junior

Ik had al bedacht dat we Mastermind prima konden gebruiken voor jonge kinderen als we het met slechts 4 of 5 kleuren zouden spelen (die dan maar 1 keer mogen voorkomen), maar dit is natuurlijk veel leuker! Ik vond het vandaag bij de kringloopwinkel. Altijd leuk, ideeën opdoen daar!

zaterdag 29 juni 2013

‘Muziek maakt slim!’ hoor je tegenwoordig vaak

Als musicus werd ik gegrepen door deze publicatie. Het is zo waar!
Een 'kritische noot' bij hoe wij aankijken tegen het vak muziek.

De auteur is Jeroen Schipper.

Jeroen Schipper ‘Waarom zou je eigenlijk muziekles geven?’ Dit vraag ik vaak aan basisschoolteams die hun muziekonderwijs willen opfrissen. Veelgehoorde antwoorden zijn: ‘Muziek verbindt’, ‘Even lekker stoom afblazen’ of ‘De kinderen genieten ervan’. Dat vind ik fijne antwoorden. En het klopt.

‘Muziek maakt slim!’ hoor je tegenwoordig ook vaak. En ook dat klopt. In de media kom ik regelmatig wetenschappelijke studies tegen die aantonen dat muziekonderwijs een positieve invloed heeft op de cognitieve ontwikkeling. Ook op sociaal-emotioneel gebied en bij taalverwerving zou muziekles veel goeds doen. Muziekpedagogen grijpen dergelijke onderzoeksresultaten gretig aan om ons vak te legitimeren. En terecht; de wankele positie van het huidige muziekonderwijs wordt verstevigd door dit soort argumenten.
Maar toch, als je het om zou draaien dan zie je hoe vreemd dat eigenlijk is. Lees je ooit ergens hoe goed rekenonderwijs is voor het maat- en ritmegevoel? Of dat jonge kinderen die veel lezen later makkelijker muzieknotatie leren? Of dat Engelse les als belangrijk bijeffect heeft dat een kind meer inzicht krijgt in popmuziek? Natuurlijk niet. Rekenen, lezen en Engels zijn gewoon belangrijke vakken bij de voorbereiding van het kind op een volwaardige rol in de samenleving.
Maar het vak muziek lijkt legitimatie buiten zichzelf nodig te hebben. Dat zit mij dwars. De samenleving is doordrenkt van muziek. Op iPod’s en smartphones. In de media. Op betekenisvolle momenten als een huwelijk of een uitvaart. Bij belangrijke maatschappelijk gebeurtenissen zoals sporttoernooien. Of een troonsopvolging… En wat dacht je van de invloed van muziek op de identiteitsontwikkeling? Muziek heeft die belangrijke rol omdat het een unieke vorm van communicatie is waarin menselijke ideeën en gevoelens uitgedrukt kunnen worden die niet op een andere manier uitgedrukt kunnen worden. Kinderen daarmee in aanraking brengen en daarmee vertrouwd te maken, dát is voor mij het belang van muziekonderwijs. Andere positieve bijeffecten zijn mooi meegenomen.

Gevoelens uitdrukken
Jeroen Schipper Ik geef geen muziekles om muzikanten te kweken. Ik geef ook geen muziekles voor de gezelligheid. Ik geef muziekles om wat ik zie dat muziek doet met kinderen. Bijvoorbeeld met een leerling als Brian: een meervoudig gehandicapte jongen die op veel gebieden moeilijk meekomt, maar in mijn muzieklessen letterlijk staat te springen van plezier, op de piano speelt en op zijn gehoor tweede stemmen verzint bij liedjes.
 

Ik geef geen muziekles omdat je er slim van wordt. Ik geef muziekles omdat je er mens van wordt!

Kijk, dit bedoel ik nou!

Jeroen Schipper is vakdocent muziek in primair- en speciaal onderwijs en schrijver van twee liedbundels voor het basisonderwijs. Hij schreef ook veel van de liedjes bij de prentenboeken rond Bino en voor Bino de Musical. Meer info: www.jeroenschipper.info

zaterdag 22 juni 2013

Mensen met een hoog IQ verwerken zintuiglijke informatie anders dan anderen


Bron: www.scientias.nl

Met een hoog IQ bent u niet alleen intelligenter, u verwerkt informatie van uw zintuigen heel anders. Het brein is ‘kieskeurig’ en hierdoor veel efficiënter. Dat stellen wetenschappers in een studie.
Het brein is efficiënter als het om selectie van zintuiglijke informatie gaat. Bij bijvoorbeeld bewegende objecten, is de informatie van het object zelf belangrijker dan de informatie van de achtergrond waartegen de beweging zich afspeelt. Dus neigt het brein om mindere relevante achtergrondbeweging te onderdrukken
“Dit betekent niet dat mensen met een hoog IQ beter visueel waarnemen,” zegt Duje Tadin van de University of Rochester over zijn studie in Current Biology. “Hun visuele waarneming is meer discriminerend. Kleine bewegende objecten zien ze uitstekend, maar ze hebben wel moeite met grote, achtergrondbewegingen.” Klik hier voor een filmpje van dit onderzoek: Testing Your "Motion Quotient"
 
Onderzoek
Deelnemers keken in drie formaten cirkels naar bewegende balken op een scherm. Ze moesten vertellen of ze zich naar links of rechts bewogen. De onderzoekers namen de tijd op die het de deelnemers kostte om de juiste beweging te zien. Mensen met een hoog IQ hadden veel minder tijd nodig om de goede beweging te detecteren in de kleinste cirkels. Dit bevestigt eerder onderzoek dat mensen met een hoog IQ sneller perceptueel beoordelen en snellere reflexen hebben. Bij de grotere objecten, dus bij de balken in een grotere cirkel, gebeurde het tegenovergestelde: de intelligentere mensen zagen pas veel later welke kant de balken opgingen.


WIST U DAT…Uw IQ ook af te leiden is uit uw Facebookgegevens?
 
Efficiëntie
“Iets in het hoge IQ-brein voorkomt dat de mensen snel grote achtergrondbeweging zien,” zegt Tadin. Denk maar aan wanneer we ergens lopen of rondrijden, alles zien we dan eigenlijk bewegen, omdat we zelf bewegen. Dit blokkeren van achtergrondbeweging gebeurt niet bewust, maar automatisch en het is een fundamenteel verschil in hoe het brein met een hoog IQ werkt ten opzichte van het brein met een lager IQ. Het hoge IQ-brein blokkeert afleiding beter. En dit kan handig zijn als er meer informatie op te nemen is dan wij eigenlijk op kunnen nemen. Het hoge IQ-brein selecteert wat belangrijker is en werkt hierdoor efficiënter doordat het zich goed kan focussen op de informatie die er om doet. “Een efficiënt brein móet wel kieskeurig zijn,” voegt Tadin toe.

Hoe snel iemand beweging van grote of kleine objecten kan waarnemen, is dus gelink aan het IQ. Zo’n dergelijke bewegingstest kan nu dus ook een indicatie van het IQ geven. “Intelligentie is zo breed, je kunt het eigenlijk niet aan één deel van het brein koppelen,” zegt Tadin. “Maar omdat de taak zo simpel is en toch zo nauw verbonden is met het IQ, kan het ons wel aanwijzingen geven wat het is wat een brein meer efficiënt maakt, en daarmee, meer intelligent.”

...en natuurlijk: hoe je een gemiddeld brein efficiënter kunt gebruiken, en dus intelligenter kunt maken, denk ik dan! En dat is dn de zogenaamde 'growth mindset' wat betreft intelligentie: intelligentie is niet iets wat vaststaat; het kan wel degelijk uitgebreid worden!

hoogbegaafdheid en differentiëren


Twee artikelen uit: PrimaOnderwijs.nl, waarin hoogleraar talentontwikkeling, wetenschap en techniek: Juliette Walma van der Molen duidelijk maakt wat het belang is van 'hogere-orde denken'.
Dit is wat ik eerder besprak in mijn blog 'de taxonomie van Bloom'.

Het Nederlandse onderwijs is te veel afgestemd op de middenmoot (...) Slimme kinderen kunnen zich daardoor vervelend gaan gedragen. Maar ook als er geen problemen zijn, moet je hoogbegaafden op school uitdagen, zegt Zij. Volgens haar moet in het ondewijs meer aandacht komen voor het hogere-orde denken.
Voorbeeld over kikkers (toevallig ook het voorbeeld dat ik voor 'de taxonomie van Bloom' gekozen had)
Lagere-orde vragen: wanneer kwaken kikkers? Hoe ademen kikkers? En kikkervisjes? Wat eten kikkers? Wat is koudbloedig?
Hogere-orde vragen: welke relatie is er tussen de lichaamsbouw van de kikker en zijn manier van voortbewegen? Wat moet er aan een kikker veranderen om te kunnen overleven in de woestijn? Ontwerp en beschrijf een kikkerparadijs, maak hierbij een tekening.
Bij hogere-orde vragen gaat het erom dat kinderen informatie leren analyseren, op waarde schatten en er vervolgens zelf iets nieuws mee doen. Dat is veel interessanter voor hoogbegaafden, maar ook de ander leerlingen steken er veel van op. In de Plusklassen die veel scholen tegenwoordig oprichten worden vakken als chinees of Spaans gegeven, maar eigenlijk is dit weer lagere-orde denken; onthouden en toepassen. Je gebruikt dan niet het talent van hoogbegaafden om zelf te denken. Het gevolg is dat ze lui worden. De leraar moet ze naar de zone van de naast ontwikkeling trekken, waardoor ze worden gedwongen net iets hoger te reiken.
Dat vergt extra inzet van de leerkracht. Daarvoor is een parapluvisie nodig: boven de lesmethode staan en verplaats je in het kind: waar heeft het behoefte aan? Hoe denkt het? Zelf probeert Walma van der Molen leerkrachten weer te laten denken als een kind: als de trein te laat is, kun je je ergeren; je kunt je ook verwonderen over de wiskundige manier waarop het spoorboekje in elkaar zit en over het feit dat een klein foutje het hele systeem in de war kan laten lopen!

Leraren denken dat ze alles moeten weten, maar dat hoeft niet. Slimme kinderen kunnen moeilijke vragen stellen. Je kunt duidelijk maken dat je het niet weet en dat inzichten kunnen veranderen. Deze aanpak maakt het toetsen van vorderingen lastig. Maar door de aanleg van een portfolio kun je de creatieve ontwikkeling van een kind ook zichtbaar maken. Het gaat erom waar de kwaliteiten van het kind liggen.
Dit is precies wat wij de ouders bij de kennismakingsbijeenkomst van de plusklas 5/6 afgelopen week hebben duidelijk gemaakt. Door onze ervaring dit jaar in groep 6, 7, 8 en de vragen van leerkrachten en ouders naar cijfers, leek het ons goed dit punt nu van tevoren aan te stippen. Dat voorkomt teleurstelling, menen we.
En 'waar de kwaliteiten van het kind liggen', sluit helemaal aan bij mijn visie op hoogbegaafde kinderen: ik wil ze 'leren leven'. Dat houdt in dat ze leren tevreden te zijn met hoe en wie ze zijn. Ja, er zelfs trots op durven zijn. En hun talenten natuurlijk op een goede manier leren in te zetten.

Leer differentiëren
Uit onderzoek van de inspectie uit 2012 blijkt dat de helft van de leraren in het VO geen rekening houdt met verschillen in de klas: ze zoeken nog naar een passende vorm, zien het nut van differentiatie niet in, het kost te veel tijd, niet toepasbaar in lessen van 50 minuten...
Maar omgaan met verschillen is nodig voor passend onderwijsbeleid. Door de differentieren kunnen leraren en scholen betere schoolprestaties realiseren. Dit vereist kennis en inzicht m.b.t. leerstof, leerprocessen, leerstijlen, didactisch repertoire, organisatorische vaardigheden en klassenmanagement. Grappig: dit zijn allemaal onderwerpen die ik al had aangestipt in het zorgplan 'Knappe Koppies in de Kleuterklas'. Dus of het nu gaat om kleuter of pubers: het gaat erom of wij bereid zijn onze aanpak t.a.v. verschillen in de klas te veranderen.

Optimaal presteren
Basisvoorwaarde om vorm te kunnen geven aan omgaan met verschillen is dat leerkrachten regisseur zijn van hun eigen onderwijs en zelf de onderwijsdoelen bepalen bij de leerstof. Verder moet je over een groot pakket aan vaardigheden beschikken: het creeren van een positief pedagogisch klimaat, gebruikmaken van didactische variatie en goven de stof en de methode kunnen staan. Zo dragen leerkrachten bij aan het optimaal presteren van elke leerling; zwakker of gtalenteerd. bovendien gaat differentieren onderpresteren van goed leerlingen tegen, voorkomt het uitval van leerlingen met veel ondersteuningsbehofte, werkt het motivatieverhogend, voorkomt het ordeproblemen en levert het een positieve bijdrage aan het klassenmangement van leraren.
Dat zijn nogal wat positieve gevolgen! Ik herinner mij inderdaad dat ik via via hoorde dat mijn directeur zich positief had uitgelaten over mijn aanpak in de kleuterklas met de opmerking dat het zelfs gedragproblemen oploste! En dat klopt inderdaad.

Recent onderzoek heeft aangetoond dat evenwicht tussen structuurondersteuning en autonomieondersteuning van groot belang is. Het idee van zelfstandig werken uit de jaren tachtig gaf leerlingen winig structuur voor het leren en vaak te veel auronomie. Sommige kinderen verdrinken in te veel vrijheid en hebben mjuist structuur nodig om effectief te leren.

Structuurondersteuning is ook instrucite geven en dat betekent niet dat je als leerkracht gaat zeggen hoe het moet, maar dat je kinderen aan het denken zet zodat ze zelf tot leren komen en cognitief worden uitgedaagd. Kinderen de tools en de bouwstenen geven en leren om verbanden te leggen, is heel belangrijk in onze snel veranderende maatschappij (zie hoofdstuk 7 van mijn zorgplan Knappe Koppies!) Kijk naar wat kinderen al kunnen; daarbij aansluiten zorgt voor een effectiever leerproces. Zelf noem ik dit 'high trust': vertrouwen tonen in de potentie van het kind. Dit geeft hem zelfvertouwen en een gevoel van veiligheid. Dit maakt reiken naar de zone van de naaste ontwikkeling gemakkelijker.
Om de kwaliteit van onderwijs te verhogen is het belangrijk niet alleen naar zorgleerlingen te kijken, maar ook naar excellente leerlingen. Schoolteams moeten niet alleen maar doen, doen, doen; maar rustig waarnemen wat leerlingen nodig hebben. Begin met kijken naar observaties en toetsgegevens en pak problemen systematisch aan. Toetsgegevens zijn niet heilig, maar vooral informatief en kunnen het vormgeven van je onderwijs sturen. Op vast momente vraag je je als team af: doen we de goede dingen? Geven we iedere leerling wat hij nodig heeft? Van daaruit kun je omgaan met verschillen, opbrengstgericht werken en prestaties verbeteren.