Zoeken in deze blog

Posts tonen met het label publicatie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label publicatie. Alle posts tonen

zaterdag 5 oktober 2013

'studeren valt niet mee'

In het kader van het aanleren van studievaardigheden, het zogenaamde 'leren leren', is dit een leuk boek. Geschreven door Jennifer Moore-Mallinos en Gustavo Mazali
Ik vond het bij Kruidvat en het kostte 2,99.
Het hoort bij een serie die 'levenslessen' genoemd wordt.
De andere titels in deze serie heten:
  • papa is zijn baan kwijtgeraakt
  • geld groeit niet aan bomen
  • een buurt is meer dan huizen
Het gaat precies over die dingen waarvan Jan Kuipers altijd zegt dat slimme kinderen ze nodig hebben:
vitamine D en vitamine F
D van doorzetten, durven en discipline
F van fouten maken, frustratie en falen.

De boodschap dat leren altijd leuk moet of kan zijn, deel ik niet. Toch geeft dit boek genoeg aanknopingspunten om het met basisschoolkinderen te hebben over hoe je dat nou aanpakt: huiswerk maken en dingen uit je hoofd leren.

Het is helemaal niet specifiek voor hb-kinderen geschreven en toch spreekt het me enorm aan.
Het gaat om talentontwikkeling. Dat is: het beste uit jezelf halen. Weg met de zesjes-cultuur!

(voeg op pag. 11 even 't' toe aan 'houd' en je hebt een super-boek in handen)

Wie verwacht er nou zoiets bij Kruidvat aan te treffen?!
Hoe was het ook al weer? "Kruidvat: steeds verrassend, altijd voordelig"
Echt wel!!

woensdag 24 juli 2013

Knobbelboekjes


Kom ik zomaar tegen in de bibliotheek: "Knobbelboekjes"
Ze behandelen op een speelse manier de principes van het rekenen.

"Midas en het gemiddelde" leek mij wat hooggegrepen, maar met 'gemiddeld' wordt het rekenbegrip 'er tussenin' bedoeld.
Het gaat over drie broers, Max, Midas en Mini. Op een dag krijgen zij goudstukken van hun vader om de wijde wereld in te trekken. Max is de grootste, alles aan hem is groot. Ook krijgt hij de meeste goudstukken. Mini is klein, alles aan hem is klein. Hij krijgt het minst aantal goudstukken Midas is niet groot, maar ook niet klein: hij is gemiddeld. Alledrie gaan ze een huis voor zichzelf bouwen: een klein, een groot en een 'gemiddeld' huis. Als ze er eenmaal wonen, beginnen ze zich te vervelen en missen ze elkaar. Ze besluiten om te gaan samenwonen. Maar je raadt het al: het huis van Mini is te klein en het huis van Maxi te groot. Gelukkig is er het huis van Midas, niet te groot en niet te klein. Daar gaan ze dan ook wonen.
Hmm, hier heb ik mijn bedenkingen bij. Is een huis dat geschikt is voor een 'gemiddeld' dier ook geschikt voor drie dieren, die volgens mijn wiskundige berekening gezamenlijk overeenkomen met drie gemiddelde dieren?!
Maar oke. Deze reeks werd duidelijk vanuit educatief standpunt geschreven. Erg leuk voor jonge kinderen. Ze hoeven er heus geen 'wiskundeknobbel' voor te hebben, een verhaal doet het altijd wel goed.
De tekeningen verdienen geen schoonheidsprijs. Ze zijn computergegenereerd en wat moeten de dieren voorstellen?! Het zullen wel olifanten zijn.
Mijn voorstel is om drie olifanten, oplopend in formaat te gebruiken om dit verhaal te verlevendigen. Je kunt knuffeltjes zoeken, zelf zou ik ze 'even' haken (als ik tijd heb).
O, wacht eens, ik heb nog iets staan:
Natuurlijk lang zo leuk niet als deze:
maar deze zijn even groot. Die kan ik dan wel weer heel goed gebruiken bij de titel 'Meneer Min en Mevrouw Plus'. Dit verhaal gaat uiteraard over 'eraf' en 'erbij': in het huis van Meneer Min is elke dag een voorwerp minder; bij mevrouw Plus komt er elke dag iets bij. Als ze elkaar tegenkomen, gebeurt er iets bijzonders! (nee, ze krijgen geen kindje). Ze gaan samen in een huis wonen en daar blijft alles hetzelfde: min en plus heffen elkaar op, zeg maar. Ik voel hier een leuk bruggetje naar het wiskundige gemiddelde!
Ik zou dan ook de titel 'Meneer Min en mevrouw Plus' voor 'Midas en het gemiddelde' behandelen.

Met dank aan: Inge Umans, die in 2008 al een recensie van deze boekjes schreef




zaterdag 29 juni 2013

‘Muziek maakt slim!’ hoor je tegenwoordig vaak

Als musicus werd ik gegrepen door deze publicatie. Het is zo waar!
Een 'kritische noot' bij hoe wij aankijken tegen het vak muziek.

De auteur is Jeroen Schipper.

Jeroen Schipper ‘Waarom zou je eigenlijk muziekles geven?’ Dit vraag ik vaak aan basisschoolteams die hun muziekonderwijs willen opfrissen. Veelgehoorde antwoorden zijn: ‘Muziek verbindt’, ‘Even lekker stoom afblazen’ of ‘De kinderen genieten ervan’. Dat vind ik fijne antwoorden. En het klopt.

‘Muziek maakt slim!’ hoor je tegenwoordig ook vaak. En ook dat klopt. In de media kom ik regelmatig wetenschappelijke studies tegen die aantonen dat muziekonderwijs een positieve invloed heeft op de cognitieve ontwikkeling. Ook op sociaal-emotioneel gebied en bij taalverwerving zou muziekles veel goeds doen. Muziekpedagogen grijpen dergelijke onderzoeksresultaten gretig aan om ons vak te legitimeren. En terecht; de wankele positie van het huidige muziekonderwijs wordt verstevigd door dit soort argumenten.
Maar toch, als je het om zou draaien dan zie je hoe vreemd dat eigenlijk is. Lees je ooit ergens hoe goed rekenonderwijs is voor het maat- en ritmegevoel? Of dat jonge kinderen die veel lezen later makkelijker muzieknotatie leren? Of dat Engelse les als belangrijk bijeffect heeft dat een kind meer inzicht krijgt in popmuziek? Natuurlijk niet. Rekenen, lezen en Engels zijn gewoon belangrijke vakken bij de voorbereiding van het kind op een volwaardige rol in de samenleving.
Maar het vak muziek lijkt legitimatie buiten zichzelf nodig te hebben. Dat zit mij dwars. De samenleving is doordrenkt van muziek. Op iPod’s en smartphones. In de media. Op betekenisvolle momenten als een huwelijk of een uitvaart. Bij belangrijke maatschappelijk gebeurtenissen zoals sporttoernooien. Of een troonsopvolging… En wat dacht je van de invloed van muziek op de identiteitsontwikkeling? Muziek heeft die belangrijke rol omdat het een unieke vorm van communicatie is waarin menselijke ideeën en gevoelens uitgedrukt kunnen worden die niet op een andere manier uitgedrukt kunnen worden. Kinderen daarmee in aanraking brengen en daarmee vertrouwd te maken, dát is voor mij het belang van muziekonderwijs. Andere positieve bijeffecten zijn mooi meegenomen.

Gevoelens uitdrukken
Jeroen Schipper Ik geef geen muziekles om muzikanten te kweken. Ik geef ook geen muziekles voor de gezelligheid. Ik geef muziekles om wat ik zie dat muziek doet met kinderen. Bijvoorbeeld met een leerling als Brian: een meervoudig gehandicapte jongen die op veel gebieden moeilijk meekomt, maar in mijn muzieklessen letterlijk staat te springen van plezier, op de piano speelt en op zijn gehoor tweede stemmen verzint bij liedjes.
 

Ik geef geen muziekles omdat je er slim van wordt. Ik geef muziekles omdat je er mens van wordt!

Kijk, dit bedoel ik nou!

Jeroen Schipper is vakdocent muziek in primair- en speciaal onderwijs en schrijver van twee liedbundels voor het basisonderwijs. Hij schreef ook veel van de liedjes bij de prentenboeken rond Bino en voor Bino de Musical. Meer info: www.jeroenschipper.info

zaterdag 22 juni 2013

Mensen met een hoog IQ verwerken zintuiglijke informatie anders dan anderen


Bron: www.scientias.nl

Met een hoog IQ bent u niet alleen intelligenter, u verwerkt informatie van uw zintuigen heel anders. Het brein is ‘kieskeurig’ en hierdoor veel efficiënter. Dat stellen wetenschappers in een studie.
Het brein is efficiënter als het om selectie van zintuiglijke informatie gaat. Bij bijvoorbeeld bewegende objecten, is de informatie van het object zelf belangrijker dan de informatie van de achtergrond waartegen de beweging zich afspeelt. Dus neigt het brein om mindere relevante achtergrondbeweging te onderdrukken
“Dit betekent niet dat mensen met een hoog IQ beter visueel waarnemen,” zegt Duje Tadin van de University of Rochester over zijn studie in Current Biology. “Hun visuele waarneming is meer discriminerend. Kleine bewegende objecten zien ze uitstekend, maar ze hebben wel moeite met grote, achtergrondbewegingen.” Klik hier voor een filmpje van dit onderzoek: Testing Your "Motion Quotient"
 
Onderzoek
Deelnemers keken in drie formaten cirkels naar bewegende balken op een scherm. Ze moesten vertellen of ze zich naar links of rechts bewogen. De onderzoekers namen de tijd op die het de deelnemers kostte om de juiste beweging te zien. Mensen met een hoog IQ hadden veel minder tijd nodig om de goede beweging te detecteren in de kleinste cirkels. Dit bevestigt eerder onderzoek dat mensen met een hoog IQ sneller perceptueel beoordelen en snellere reflexen hebben. Bij de grotere objecten, dus bij de balken in een grotere cirkel, gebeurde het tegenovergestelde: de intelligentere mensen zagen pas veel later welke kant de balken opgingen.


WIST U DAT…Uw IQ ook af te leiden is uit uw Facebookgegevens?
 
Efficiëntie
“Iets in het hoge IQ-brein voorkomt dat de mensen snel grote achtergrondbeweging zien,” zegt Tadin. Denk maar aan wanneer we ergens lopen of rondrijden, alles zien we dan eigenlijk bewegen, omdat we zelf bewegen. Dit blokkeren van achtergrondbeweging gebeurt niet bewust, maar automatisch en het is een fundamenteel verschil in hoe het brein met een hoog IQ werkt ten opzichte van het brein met een lager IQ. Het hoge IQ-brein blokkeert afleiding beter. En dit kan handig zijn als er meer informatie op te nemen is dan wij eigenlijk op kunnen nemen. Het hoge IQ-brein selecteert wat belangrijker is en werkt hierdoor efficiënter doordat het zich goed kan focussen op de informatie die er om doet. “Een efficiënt brein móet wel kieskeurig zijn,” voegt Tadin toe.

Hoe snel iemand beweging van grote of kleine objecten kan waarnemen, is dus gelink aan het IQ. Zo’n dergelijke bewegingstest kan nu dus ook een indicatie van het IQ geven. “Intelligentie is zo breed, je kunt het eigenlijk niet aan één deel van het brein koppelen,” zegt Tadin. “Maar omdat de taak zo simpel is en toch zo nauw verbonden is met het IQ, kan het ons wel aanwijzingen geven wat het is wat een brein meer efficiënt maakt, en daarmee, meer intelligent.”

...en natuurlijk: hoe je een gemiddeld brein efficiënter kunt gebruiken, en dus intelligenter kunt maken, denk ik dan! En dat is dn de zogenaamde 'growth mindset' wat betreft intelligentie: intelligentie is niet iets wat vaststaat; het kan wel degelijk uitgebreid worden!

hoogbegaafdheid en differentiëren


Twee artikelen uit: PrimaOnderwijs.nl, waarin hoogleraar talentontwikkeling, wetenschap en techniek: Juliette Walma van der Molen duidelijk maakt wat het belang is van 'hogere-orde denken'.
Dit is wat ik eerder besprak in mijn blog 'de taxonomie van Bloom'.

Het Nederlandse onderwijs is te veel afgestemd op de middenmoot (...) Slimme kinderen kunnen zich daardoor vervelend gaan gedragen. Maar ook als er geen problemen zijn, moet je hoogbegaafden op school uitdagen, zegt Zij. Volgens haar moet in het ondewijs meer aandacht komen voor het hogere-orde denken.
Voorbeeld over kikkers (toevallig ook het voorbeeld dat ik voor 'de taxonomie van Bloom' gekozen had)
Lagere-orde vragen: wanneer kwaken kikkers? Hoe ademen kikkers? En kikkervisjes? Wat eten kikkers? Wat is koudbloedig?
Hogere-orde vragen: welke relatie is er tussen de lichaamsbouw van de kikker en zijn manier van voortbewegen? Wat moet er aan een kikker veranderen om te kunnen overleven in de woestijn? Ontwerp en beschrijf een kikkerparadijs, maak hierbij een tekening.
Bij hogere-orde vragen gaat het erom dat kinderen informatie leren analyseren, op waarde schatten en er vervolgens zelf iets nieuws mee doen. Dat is veel interessanter voor hoogbegaafden, maar ook de ander leerlingen steken er veel van op. In de Plusklassen die veel scholen tegenwoordig oprichten worden vakken als chinees of Spaans gegeven, maar eigenlijk is dit weer lagere-orde denken; onthouden en toepassen. Je gebruikt dan niet het talent van hoogbegaafden om zelf te denken. Het gevolg is dat ze lui worden. De leraar moet ze naar de zone van de naast ontwikkeling trekken, waardoor ze worden gedwongen net iets hoger te reiken.
Dat vergt extra inzet van de leerkracht. Daarvoor is een parapluvisie nodig: boven de lesmethode staan en verplaats je in het kind: waar heeft het behoefte aan? Hoe denkt het? Zelf probeert Walma van der Molen leerkrachten weer te laten denken als een kind: als de trein te laat is, kun je je ergeren; je kunt je ook verwonderen over de wiskundige manier waarop het spoorboekje in elkaar zit en over het feit dat een klein foutje het hele systeem in de war kan laten lopen!

Leraren denken dat ze alles moeten weten, maar dat hoeft niet. Slimme kinderen kunnen moeilijke vragen stellen. Je kunt duidelijk maken dat je het niet weet en dat inzichten kunnen veranderen. Deze aanpak maakt het toetsen van vorderingen lastig. Maar door de aanleg van een portfolio kun je de creatieve ontwikkeling van een kind ook zichtbaar maken. Het gaat erom waar de kwaliteiten van het kind liggen.
Dit is precies wat wij de ouders bij de kennismakingsbijeenkomst van de plusklas 5/6 afgelopen week hebben duidelijk gemaakt. Door onze ervaring dit jaar in groep 6, 7, 8 en de vragen van leerkrachten en ouders naar cijfers, leek het ons goed dit punt nu van tevoren aan te stippen. Dat voorkomt teleurstelling, menen we.
En 'waar de kwaliteiten van het kind liggen', sluit helemaal aan bij mijn visie op hoogbegaafde kinderen: ik wil ze 'leren leven'. Dat houdt in dat ze leren tevreden te zijn met hoe en wie ze zijn. Ja, er zelfs trots op durven zijn. En hun talenten natuurlijk op een goede manier leren in te zetten.

Leer differentiëren
Uit onderzoek van de inspectie uit 2012 blijkt dat de helft van de leraren in het VO geen rekening houdt met verschillen in de klas: ze zoeken nog naar een passende vorm, zien het nut van differentiatie niet in, het kost te veel tijd, niet toepasbaar in lessen van 50 minuten...
Maar omgaan met verschillen is nodig voor passend onderwijsbeleid. Door de differentieren kunnen leraren en scholen betere schoolprestaties realiseren. Dit vereist kennis en inzicht m.b.t. leerstof, leerprocessen, leerstijlen, didactisch repertoire, organisatorische vaardigheden en klassenmanagement. Grappig: dit zijn allemaal onderwerpen die ik al had aangestipt in het zorgplan 'Knappe Koppies in de Kleuterklas'. Dus of het nu gaat om kleuter of pubers: het gaat erom of wij bereid zijn onze aanpak t.a.v. verschillen in de klas te veranderen.

Optimaal presteren
Basisvoorwaarde om vorm te kunnen geven aan omgaan met verschillen is dat leerkrachten regisseur zijn van hun eigen onderwijs en zelf de onderwijsdoelen bepalen bij de leerstof. Verder moet je over een groot pakket aan vaardigheden beschikken: het creeren van een positief pedagogisch klimaat, gebruikmaken van didactische variatie en goven de stof en de methode kunnen staan. Zo dragen leerkrachten bij aan het optimaal presteren van elke leerling; zwakker of gtalenteerd. bovendien gaat differentieren onderpresteren van goed leerlingen tegen, voorkomt het uitval van leerlingen met veel ondersteuningsbehofte, werkt het motivatieverhogend, voorkomt het ordeproblemen en levert het een positieve bijdrage aan het klassenmangement van leraren.
Dat zijn nogal wat positieve gevolgen! Ik herinner mij inderdaad dat ik via via hoorde dat mijn directeur zich positief had uitgelaten over mijn aanpak in de kleuterklas met de opmerking dat het zelfs gedragproblemen oploste! En dat klopt inderdaad.

Recent onderzoek heeft aangetoond dat evenwicht tussen structuurondersteuning en autonomieondersteuning van groot belang is. Het idee van zelfstandig werken uit de jaren tachtig gaf leerlingen winig structuur voor het leren en vaak te veel auronomie. Sommige kinderen verdrinken in te veel vrijheid en hebben mjuist structuur nodig om effectief te leren.

Structuurondersteuning is ook instrucite geven en dat betekent niet dat je als leerkracht gaat zeggen hoe het moet, maar dat je kinderen aan het denken zet zodat ze zelf tot leren komen en cognitief worden uitgedaagd. Kinderen de tools en de bouwstenen geven en leren om verbanden te leggen, is heel belangrijk in onze snel veranderende maatschappij (zie hoofdstuk 7 van mijn zorgplan Knappe Koppies!) Kijk naar wat kinderen al kunnen; daarbij aansluiten zorgt voor een effectiever leerproces. Zelf noem ik dit 'high trust': vertrouwen tonen in de potentie van het kind. Dit geeft hem zelfvertouwen en een gevoel van veiligheid. Dit maakt reiken naar de zone van de naaste ontwikkeling gemakkelijker.
Om de kwaliteit van onderwijs te verhogen is het belangrijk niet alleen naar zorgleerlingen te kijken, maar ook naar excellente leerlingen. Schoolteams moeten niet alleen maar doen, doen, doen; maar rustig waarnemen wat leerlingen nodig hebben. Begin met kijken naar observaties en toetsgegevens en pak problemen systematisch aan. Toetsgegevens zijn niet heilig, maar vooral informatief en kunnen het vormgeven van je onderwijs sturen. Op vast momente vraag je je als team af: doen we de goede dingen? Geven we iedere leerling wat hij nodig heeft? Van daaruit kun je omgaan met verschillen, opbrengstgericht werken en prestaties verbeteren.
 

vrijdag 14 juni 2013

Droom voor ons land

"Mijn droom voor ons land" van Vivienne Nooij, geplaatst op 11-4-2013
Passend openbaar onderwijs voor hoogbegaafde kinderen!

Gisteren moest ik mij maar aanpassen
Vandaag kost het mijn ouders extra geld
Maar morgen...
Is er passend openbaar onderwijs voor ieder kind!
Dat is mijn droom voor uw en ons koninkrijk

Want ik weet heel veel voor mijn leeftijd
Eén keer uitleg is voor mij vaak al genoeg
Om mijzelf op school toch uit te dagen
Schrijf ik dan maar in spiegelschrift
Of ben ik continu in beweging
Ik wiebel en ik teken
Of………
Ik trek mij juist terug
Onzichtbaar
Ik raak gefrustreerd, depressief
Ben soms zelfs suïcidaal
De situatie is verre van ideaal

Dit terwijl mijn potentie toch zo groot is
Ik ben hoogbegaafd
Misschien wel potentieel briljant
Toch heb ik ook behoefte aan instructie
Maar dan wel op mijn eigen niveau
Wil mijn intellect verkennen
Zonder een plafond
Als onderdeel van de groep
Niet als de eeuwige uitzondering

Gelukkig zijn er steeds meer scholen
Die aansluiten op mijn behoefte
Morgen zijn wij uw leiders, uitvinders en adviseurs
Waarom wil de staat dan niet voor ons zorgen?
Investeer toch alsjeblieft in ons potentieel
Dat is ook van belang voor het grotere geheel

Gisteren eindigde van de hoogbegaafden
Slechts 16% met een universitaire studie
Laat dat morgen anders zijn…
Laat ons anders zijn…
Maar laat de financiering van ons onderwijs
niet langer een discussie zijn!

Passend openbaar onderwijs voor ieder kind!
Dat is mijn droom voor uw koninkrijk

donderdag 30 mei 2013

Publicatie Hoogbegaafd...Ja, en?

Hoogbegaafd,.. Ja, en? is een publicatie in NVOX Magazine voor het onderwijs in de natuurwetenschappen. Mei 2013
auteur: Marianne Offereins
citaten in paars


Lisette Pondman en Pauline Thoolen hebben een stichting opgericht om gelden te werven voor passend onderwijs aan hoogbegaafde kinderen in de regio Leiden: Stichting Jonge Uil. De aanleiding was de oprichting van een Leonardo-afdeling binnen hun schoolvereniging. Deze vorm van onderwijs kost meer dan waarin de overheid voorziet. De extra kosten worden gedragen door de ouders zelf en door de schoolvereniging. Maar dit is een te kwetsbare constructie.

"We merken dat de maatschappij niet altijd een goed beeld heeft van hoogbegaafdheid, ook de professionals missen soms achtergrondinformatie. Daarom willen we (...) een regionaal netwerk en kenniscentrum opzetten voor iedereen die privé, dan wel professioneel te maken heeft met hoogbegaafde kinderen. Hierbij willen we vraag en aanbod met elkaar verbinden."

Op de vraag wat hen drijft, antwoorden Lisette en Pauline 'de wens dat deze kinderen aangesproken worden op hun talenten en dat ze niet steeds op de rem hoeven staan omdat anderen hen niet bij kunnen houden. Maar ook dat er meer begrip komt voor wat het betekent om hoogbegaafd te zijn.'
Op internet zie je dat er behoefte is aan een gestructureerd aanbod van informatie en aan kennisuitwisseling. Voor de kinderen 'aan de onderkant' is het onderwijs prachtig ingericht. Dat de kinderen aan de bovenkaant ook hun moeilijkheden hebben, wordt veelal beschouwd als een luxeprobleem.

Wat zijn eigelijk hoogbegaafde kinderen? Vuistregel is een IQ boven de 130. De overheid stuurt op excellentie. Excellentie staat voor hoge cijfers en prestatiegerichtheid. Maar hoogbegaafde kinderen hebben meer nodig dan presteren alleen. Hun denkwijze is anders en dat vraagt een andere vorm van onderwijs. De Leonardo Stichting heeft passende lesmethoden ontwikkeld. Je zou willen dat deze kennis wordt uitgerold op pabo's en lerarenopleidingen, zodat leerkrachten zich kunnen specialiseren.

Hoe weet je of je met een hoogbegaafd kind te maken hebt?
Daar kun je voelsprieten voor ontwikkelen: je merkt het aan de manier waarop het kind contact maakt, de belangstelling, het doorvragen, de enorme woordenschat. Meestal voelen deze kinderen zelf feilloos aan dat ze anders zijn. Op school kan het merkbaar zijn aan hoge leerprestaties, soms ook helemaal niet. Vaak missen ze aansluiting bij hun leeftijdgenoten. Ze kunnen fysieke problemen hebben, altijd buikpijn - of zelfs dood willen. In tegenstelling tot wat veel mensen denken, willen ouders er vaak niet aan. Je wilt juist graag dat je kind gewoon is.

Hoe ga je om met een hoogbegaafd kind?
Meebewegen en sturen. Zeg: ik begrijp wat je bedoelt, maar je moet dit doen/leren, omdat....
Bied kaders. Daarbinnen is dan ruimte waar ze zich vrij kunnen bewegen. Laat ze met eigen ideeen komen, dan komen ze met de meest creatieve oplossingen. Als het opvalt door gedrag, denk dan niet alleen aan ADHD of ASS, maar ook aan hoogbegaafdheid. Toon begrip als ouders zorgen hebben, het zijn geen 'zeurende ouders'. Ouders willen graag dat hun kind gelukkig is. Niet alle kinderen hoeven naar de universiteit, maar ze moeten wel allemaal met plezier hun talenten kunnen ontwikkelen. 

Wat moet je vooral wel doen, wat niet?
Echt aandacht geven en oprecht geinteresseerd zijn in het kind. Geef warmte. Stop ze niet in een hokje en zie ze niet als last. Maar accepteer ook niet alles. Deze kinderen hebben net zo goed als anderen grenzen nodig. Ze kunnen heel gefrustreerd raken; hun hoofd gaat sneller dan de rest van hun lijf. Geef ze ruimte en de kans om zichzelf te zijn.

Raad voor ouders:
Neem je kind serieus. Vertrouw op je eigen gezonde verstand en laat je niet gek maken door de omgeving. Als je open staat voor de signalen van je kind, weet je heus wel wat het beste is.

Raad voor leerkrachten:
Spreek ze aan op hun talenten; geef ze een rol waarin ze hun talenten ook ontwikkelen. Zie de hoogbegaafdheid vooral niet als een luxeprobleem!
Belangrijke les: een leerkracht kan een kind maken of breken en is heel bepalend voor het welbevinden van het kind.

De overheid zou meer aandacht moeten besteden aan het onderwijs aan hoogbegaafden, zowel financieel als inhoudelijk. We vinden al die wielen die overal opnieuw worden uitgevonden zonde van de tijd!

Prachtig verwoord door deze gedreven leerkrachten.
Ik ben het he-le-maal met ze eens!

Met dank aan: Inge van der Leij, die mij attent maakte op dit artikel

zondag 12 mei 2013

artikel in Zorg Primair

artikel 'Kleuters met een ontwikkelingsvoorsprong', gepubliceerd in Zorg Primair nr. 4 2013
(citaten in paars)

"Steeds meer scholen ontdekken dat ook slimme kleuters aan hun trekken moeten komen. Maar dat vraagt nogal wat in een tijd waarin de werkdruk steeds verder oploopt. Aan de ene kant eisen van overheid en inspectie. Aan de andere kant ook hoge verwachtingen van ouders. En niet te vergeten de hand op de knip als het om het personeel gaat. Door de instroom van 4-jarigen is een gemiddelde groep 1-2 vanaf maart overvol. En de juf heeft nog steeds maar twee handen! is het dan nog wel mogelijk iets extra's te doen voor deze jonge kinderen die voor de muziek uitlopen?
Surplus -het begaafdencentrum van Onderwijs Advies- meent van wel."

Wat me aanspreekt aan de aanpak van Surplus is dat ze alle leerlingen aanspreken die gebaat zijn bij een rijker aanbod. Aandacht geven aan een doelgroep van zo'n 20% is immers haalbaar voor de leerkracht op de werkvloer.

Het verrijkingsaanbod dat Surplus hiervoor ontwikkeld heeft heet Dol-fijn, als ik het goed begrijp.
Ze gaan hierin uit van drie kernbegrippen: in de diepte, in de breedte en de ruimte in.
'in de diepte' maakt het moeilijker, met het accent op analytisch denken en handelen
'in de breedte' legt het accent op de weethonger stillen
'de ruimte in' daagt uit tot creativiteit en legt het accent op analoog denken en handelen (analoog in de zin van: naar analogie van...)

Daarom is gekozen voor:
  • een volledig verrijkingspakket dat flexibel ingezet kan worden
  • aansluiten bij de thema's in groep 1-2
  • eevoudig voor de leraar, uitdagend voor de leerling: verwerkingsactiviteiten (speelwerkbladen) zo zelfstandig mogelijk; benutten van denkspelen (teacher-free)
  • inspiratie bieden voor de kleine kring, basis voor het samenwerken met ontwikkelingsgelijken
  • benutten van aanwezige ontwikkelingsmaterialen met plus-suggesties
  • inrichten van een 'dolfinarium': een eigen herkenbare hoek: infohoek schriftelijk en digitaal; een dolfijn-krat met benodigde materialen
  • stimuleren van betrokkenheid medeleerlingen (grote kring) en ouders: afsluiting project en 'thuis verder'!
Deze aanpak komt in grote lijnen overeen met hoe ik dit jaar het verrijkingsaanbod voor mijn 'knappe koppies' op CBS De Fontein in Sleen heb georganiseerd: volledig geintegreerd, te 'behappen' voor mij als leerkracht, samenwerken met ontwikkelingsgelijken en gebruik van aanwezige materialen aangevuld met denkspelletjes speciaal ontwikkeld voor 'knappe koppies'.
Een aparte hoek heb ik niet voor deze groep kinderen. Ook hebben we geen onderscheid gemaakt tussen wat deze kinderen en wat de rest presenteert aan de ouders. Uiteraard gaat het gemaakte werk altijd mee naar huis. En de portfoliobladen van het werken met Levelspel e.d. krijgen de ouders ook te zien. Bovendien bespreken we de voortgang van het leren tijdens de rapportgesprekken.

Dol-fijn biedt 20 projecten die elk 4 weken duren. Zo kun je het in twee jaar doorlopen. De volgorde kun je als leerkracht zelf kiezen. Vertrekpunt is altijd een prentenboek. Dat spreekt mij in elk geval erg aan!

De opbouw sluit aan bij die van 'Klein maar fijn', een door Surplus uitgegeven katern met thematische verrijkingsactiviteiten voor het jonge kind met een ontwikkelingsvoorsprong.
"De gebruikers van Klein maar fijn zullen zich direct weer thuis voelen." Ik ben hier niet mee bekend, maar toen ik zag wat het inhield, werd ik meteen enthousiast!
Ze richten zich namelijk niet alleen op verrijking van het onderwijsaanbod, maar houden ook structureel rekening met de verschillende intelligenties. Zo hou je variatie in je lessen en spreek je kinderen aan op zowel hun sterk ontwikkelde intelligenties als op hun minder sterk ontwikkelde. En laat dit nou net zijn waar wij ons op De Fontein hard voor maken!

Kritische noot: ik zie wel erg vaak de woorden 'speelwerkbladen' en 'ontwerpbladen' in de schema's staan. Nu heb ik niets tegen werkbladen, maar als het even kan laat ik ze leren al handelend met concreet materiaal.
Om erachter te komen of deze werkbladen mij een te grote rol spelen, zou ik het geheel natuurlijk moeten aanvragen en bekijken. Als ik het artikel goed begrijp is het geheel zo nieuw dat de 20 projecten pas later dit dit jaar uitkomen, 5 thema's per map; map 1 en 2 in augustus en map 3 en 4 in december.
"Dol-fijn praktijk 1-2 is financieel te verantwoorden vanuit de gelden die beschikbaar zijn gesteld vanuit de prestatiebox."
Je kunt altijd eens vragen aan  je directeur of hier iets te regelen valt....

Mocht je hier daadwerkelijk mee aan het werk gaan, laat je het mij dan weten? Ik ben heel benieuwd!